Wearables: de zin en onzin van het monitoren van je gezondheid

Wearables: de zin en onzin van het monitoren van je gezondheid

Steeds meer mensen volgen hun gezondheid op met een horloge, ring of sensor. Maar maken wearables ons echt gezonder?

Wat zijn wearables?

Hoe heb jij vannacht geslapen? Steeds meer mensen beoordelen die vraag niet meer op gevoel, maar met een cijfer op hun smartphone. Een slaapscore van 82. Of een herstelindex van 67%. Ook het aantal stappen dat je hebt gezet, is een populair gespreksonderwerp aan de koffiemachine. Dat is het gevolg van draagbare gezondheidsmonitors (wearables). Ze helpen je om voortdurend te weten hoe het met je lichaam en conditie gesteld is.

Wat bestaat er zoal?

De meest gekende wearables zijn smartwatches, zoals de Apple Watch. Dat zijn slimme horloges die connecteren met je smartphone. Je kan er ook berichten mee sturen en oproepen beantwoorden. Als je alleen je beweging en gezondheid wil bijhouden, kan je een activity tracker gebruiken, zoals de Fitbit. Er bestaan ook slimme ringen die via sensoren lichaamsdata verzamelen. Atleten gebruiken dan weer vaak sporthorloges of  een band rond hun borst of pols om hun trainingen en prestaties bij te houden. 

Hoeveel mensen gebruiken het?

Wearables zijn intussen geen niche meer. Wereldwijd gebruiken meer dan 560 miljoen mensen een smartwatch. En de markt blijft groeien: de wereldwijde wearable-industrie is goed voor miljarden euro’s per jaar. Bijna de helft van de Vlamingen gebruikt een wearable: 32% heeft een smartwatch, 15% een meer klassieke fitness- of activiteitstracker en 1% gebruikt sensoren op het lichaam, blijkt uit het 2025 rapport van onderzoekscentrum Imec.

Het gebruik van wearables in België in 2025 (Bron: Imec)

Wat kan je monitoren?

Hartslag, activiteit en slaap worden het meest gemeten. Maar dankzij de vooruitgang van technologie worden de waarden die je kan opvolgen steeds geavanceerder. Tegenwoordig kan je zelfs je menstruatiecyclus volgen, of je hartritmevariabiliteit (HRV: hoe goed je lichaam zich herstelt na stress). En een draagbare glucosemonitor (CGM), oorspronkelijk ontwikkeld voor diabetespatiënten, kan zelfs in realtime je bloedsuikerspiegel in het oog houden.

Voordeel 1: controle 

Deze wearables zorgen dus voor een democratisering van de gezondheidszorg. Je hoeft niet meer voor alles naar de dokter te gaan. Eenvoudige parameters heb je nu zelf in huis. Terwijl tests in het ziekenhuis vaak een momentopname zijn, kan langdurig monitoren je een beter inzicht geven in je gezondheid. Je ziet live wat er met je lichaam gebeurt: wat je stress geeft en wat een effect heeft op je slaap. En daar worden we allemaal beter van.

Voordeel 2: gedragsverandering

Er is ook een tweede voordeel: mensen passen hun gewoontes pas aan wanneer ze zichtbaar worden. Je kan jezelf veel wijsmaken, maar cijfers liegen niet. Je denkt bijvoorbeeld dat je een actieve dag hebt gehad, tot je stappenteller toont dat je maar 200 stappen hebt gezet. Dan maak je ’s avonds nog snel een korte wandeling om je doel te halen. Wat je meet, kan je gericht verbeteren. Dankzij deze wearables werken meer mensen dus preventief aan hun gezondheid. Het past perfect in de trend van leefstijlgeneeskunde.

Wearables komen in verschillende vormen: zelfs ringen. 

Voordeel 3: betere zorg

Wearables hebben het potentieel om in de toekomst het zorgsysteem te ontlasten. Steeds meer mensen zullen gezonder gaan leven en zo een aandoening vermijden. Door het monitoren komt ook meer data beschikbaar die je arts kan gebruiken bij een diagnose, misschien zelfs vanop afstand. En er bestaan ook wearables voor valdetectie, waardoor mensen langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Maar zoals bij veel technologie, is er ook een spanningsveld. Want ‘meer data’ betekent niet automatisch dat we ons lichaam beter begrijpen. 

Risico 1:  misinterpretatie 

Wearables geven data, maar zelden context. Ze proberen de complexe informatie van het menselijk lichaam samen te vatten in één cijfer. Het risico bestaat dat we die data verkeerd interpreteren. Wie zonder begeleiding koolhydraten schrapt om de bloedsuikerspiegel vlak te houden, kan voedingstekorten opbouwen. Wie zichzelf forceert om een bewegingsdoel te halen, kan blessures oplopen. Wat begon als een poging om gezonder te leven, kan zo een nieuwe disbalans creëren.

Risico 2: beïnvloeding

Er is nog een tweede valkuil. Wearables vertellen ons niet alleen hoe het met ons gaat. Ze kunnen ook beïnvloeden hoe we ons voelen. In een onderzoek werden proefpersonen wijsgemaakt dat uit de metingen bleek dat ze slecht geslapen hadden. Ze scoorden daarna slechter op cognitieve tests en gingen zich gedragen naar de slechte resultaten, zelfs als die verzonnen waren. Dat risico bestaat ook bij wearables. Vooral bij slaap- en stressmeting, kunnen de data het probleem nog erger maken. 

Risico 3: afhankelijkheid

Wearables zijn ook een verdienmodel. Bedrijven willen ons doen geloven dat je hun technologie nodig hebt. Maar is dat wel zo? Als je eerlijk bent, weet je vaak zelf al vrij goed wat je lichaam nodig heeft. Voel je je uitgeput? Gun jezelf dan rust. En ook zonder HRV-data weet je dat je een stresserende dag op het werk hebt gehad. Veel adviezen die uit wearables voortkomen, wist je eigenlijk al: slaap voldoende, beweeg, eet gevarieerd en beperk stress. De oudste wearable ben je zelf.

En jij? Vertel me jouw ervaringen!

Conclusie: wearables kunnen ons leven verrijken als we er verstandig mee omspringen. Gebruik jij al een wearable? Dan hoor ik graag welke! Ik vind het altijd leuk om bij te leren over innovatieve toepassingen in de zorg of in je eigen leven. En ben je net als ik geïnteresseerd in alles wat te maken heeft met leefstijl, zelfzorg en zorg voor anderen? Schrijf je dan in op mijn nieuwsbrief. Dan krijg je het volgende artikel vanzelf in je inbox.